25. De scheuring van het rijk

“Alleen de stam Juda bleef David trouw” 1 Kon. 12, 20.

1. Het keerpunt der Heilsgeschiedenis (930).
Een groot staatsman heeft eens gezegd: de wereld wordt bestuurd door Gods wijsheid en onze dwaasheid. Wij verknoeien de liefdevolle plannen van God, zodat ze schijnbaar mislukken, maar zijn voorzienigheid laat ze toch slagen.
Salomon verspeelde de schitterende kansen van Israël door zijn ondankbaarheid en trouweloosheid. Hij gaf ergernis aan het volk en dit werd onverschillig voor de hogere bedoelingen van God. Het werd steeds wereldser en daardoor onbruikbaar voor de opbouw van het ware Godsrijk.
Daarom liet God het aardse koninkrijk ineenstorten om op de puinhopen het messiaanse rijk op te bouwen. Want de Messias zou toch komen; want God blijft trouw aan zijn beloften ondanks de trouweloosheid der mensen.
Na Salomon viel het koninkrijk uiteen in een Zuidrijk, Juda genaamd, met Jeruzalem als hoofdstad, en een Noordrjk, Israël of Efraïm genoemd, met (later) Samaria als hoofdstad. De politieke scheuring bracht ook godsdienstige verdeeldheid teweeg: Jeruzalem was niet meer het centrum van eredienst voor heel het volk; het Noordrijk voerde de kalverendienst in.
Israël was over zijn hoogtepunt heen: na de duizendjarige opgang kwam een duizendjarige neergang tot de dood van Christus. Want het Oude Verbond zou met Christus aan het kruis sterven!

2. Stoffelijke neergang en geestelijke opgang.
Gods wegen zijn onnaspeurlijk. Het Nieuwe Verbond kwam feitelijk na een mislukt Oud Verbond. Maar Gods Heilsplan slaagt juist door mislukking. Zoals Christus moest lijden en sterven om te verrijzen tot een nieuw leven, zo moest ook het oude Israël ondergaan om in de H. Kerk weer op te staan.
Alleen menselijkerwijze kunnen we spreken van een mislukking daar het Oude Verbond toch een voorbereiding is op de Messias. Want onder die stoffelijke neergang voltrok zich een geestelijke opgang, vooral door de invloed der profeten, die God juist in deze tijd – rond de ballingschap – zond. Door hen werd de afbraak van het oude een doorbraak naar het nieuwe.
Christus is zowel diepte- als hoogtepunt van het Oude Verbond: dieptepunt, voorzover de oude Theokratie in Hem ten onder ging, hoogtepunt, doordat Hij de geestelijke opgang heeft voltooid.

3. De oorzaken van de rijksscheuring.
a) De diepste oorzaak was van godsdienstige aard: de ontrouw van Salomon aan het Verbond, zijn zucht naar macht, pracht en praal, en tenslotte afgoderij, met als gevolg zedelijk verval van heel het volk. Een breuk met God verbreekt ook de eenheid der mensen onderling. De verdeling en verzwakking van het rijk was een straf van Jahweh, met de bedoeling om koning en volk tot inkeer en bekering te brengen.
b) De natuurlijke oorzaak was de oude naijver tussen de stammen. De noordelijke hadden onder de Rechters een belangrijke rol gespeeld, maar Juda had hen niet geholpen in hun strijd. Reeds na de dood van Saul was er een scheuring geweest, daar men liever geen koning uit de stam Juda wilde.
Daarbij kwam nog de verheffing van Jerusalem tot godsdienstig middelpunt, waardoor de oude heiligdommen te Betel, Sikem en Sjilo in verval geraakten, tot grote ergernis vooral van het trotse Efraïm, dat altijd de boventoon gevoerd had.
c) De laatste oorzaak was de politiek van Salomon en zijn zoon. De hovelingen, ambtenaren en landvoogden van Salomon waren merendeels Judeeërs; de vroegere stamhoofden voelden zich daardoor gepasseerd. Bovendien hadden de zware belastingen en herendiensten kwaad bloed gezet bij het volk.
Het overmoedige optreden van Roboam, “groot in dwaasheid en klein van verstand”, deed tenslotte de deur dicht: de breuk was volkomen en zou niet meer geheeld worden.
De tien noordelijke stammen kozen een eigen koning, Jeroboam, uit de stam van Efraïm! Van hem staat er geschreven:

De koning liet twee gouden kalveren maken en sprak:
“Lang genoeg zijt gij naar Jerusalem gegaan;
Ziehier uw goden, die u uit Egypte hebben geleid!”
Dit werd voor Israël de oorzaak van hun zonde. 1 Kon. 12, 28.

Terug naar het overzichtNaar het volgende hoofdstuk (26)